Bee&Bee

Een nieuwe bank

Toen de nieuwe bank voor de deur stond, sleepten wij de oude bank naar buiten. Het meubelbedrijf wilde hem wel meenemen, maar daar vroegen ze extra stortkosten voor. Mooi niet dus. Twee uur laten had ik de oude bank volledig gedemonteerd. ‘Oogsten’ heet dat in de circulaire economie. Dat wil zeggen, de losse kussens gingen naar zolder, want je weet maar nooit. De versleten bekleding en het schuimrubber paste nog net in de zwarte container. Wat restte was een vracht beukenhout (met een ontstellende hoeveelheid krammen), een paar stukken Underlayment en een stapel stalen meubelveren.

En de vraag was: wat gaan we daarvan maken?

De kleine diertjes

Ik bracht nog maar weer eens een faciliteit voor kleine diertjes ter sprake, een insectenhotel, want je hoort wel eens dat daar behoefte aan is en bovendien staat het sympathiek. Van een zoemend politiek protest spreek ik liever niet.

Maar waar moest dat bouwwerk dan wel staan en gaf dat dan geen overlast als we buiten zitten? Wij hebben weliswaar veel tuin, maar ook rondom zithoekjes, dus dat werd nog een thema (inclusief ‘Dan niet!’ en ‘Doe niet zo eigenwijs!’). Maar na twee dagen polderen werden wij het eens over de minst schadelijke plek, onder voorwaarde dat hij niet te groot werd. Geen hotel dus, maar een B&B.

Bee&Bee

Geheel volgens de wetten van de natuur maakte ik geen ontwerp, maar liet mij intuïtief leiden door wat ik voor handen had. Van het beuken maakte in een basiskast van 20 cm diep, want ik had als 15 jaar een doosje bamboerestanten van 18 cm lang bewaard, speciaal voor dit moment. Uit het Underlayment zaagde ik stroken en maakte daarvan ik een dakje, want de boel moet droog blijven, had ik gelezen. Daarom legde ik de bamboestokje of afwatering en schroefde daarvoor meubelveren, zodat ze er niet uit zouden kukelen. Met restanten openhaardhout uit de familie vulde ik de rest van het kastje af.

Toen het eenmaal op zijn plek stond, wilde mijn vrouw hem toch liever … maar het is geen plant. Mijn bestemmingsplan was onherroepelijk. Voor het oog legde ik er 3 gevelpannen en een nokvorst op, waardoor ook nog eens optionele logiesruimte onder de kap ontstond, bedacht ik, daar dat is voor later. Eerst maar eens wachten op de eerste gasten.

Bekijk ook...

De Koffiehûs Blues

Toen ik in de krant zag, dat Het Friesch Koffiehuis in Leeuwarden wordt gesloopt, ging ik even koppie onder in een branding van weemoed. In het bijschrift las ik dat het leegstaande pand ‘een rotte kies’ was, die voor 2018 Culturele Hoofdstad getrokken moest worden. Nou, ik kan u verzekeren, in de ogen van het establishment was Het Friesch Koffiehuis in de jaren tachtig een bek vol rotte kiezen. Juist daarom kwam ik er zo graag.

1983 Twee leren broeken

Kroniek van een vriendschap # 4

Van al mijn vrienden ken ik de muzieksmaak, maar niet van mijn vriend Koos van der Sloot. Dat was de blinde vlek in onze vriendschap. We zijn samen naar Iggy Pop geweest (Koos’ vaste commentaar was: ‘Wat een beest!’), dus daar hield hij van, maar waar hield hij nu echt van? Wat was zijn favoriete LP/CD? Wat was voor hem een 10? Geen idee.

Allemaal naar buiten voor de foto ...

Mijn neef Koen

Tijdens een familiegebeuren sprak ik weer eens neef Koen, voor wie ik al sinds zijn geboorte een zwak koester. Als kind kwam hij vaak logeren, maar sinds hij in Groningen woont, zie ik hem nog zelden. Hij was mager geworden en droeg een bril. Door het toeval gestuurd stonden wij naast elkaar in de keuken, ik in de weer met de prinsessenbonen, hij met de uien. ‘Hé Koen, hoe gaat het?’, vroeg ik, toen ik een traan over zijn wang zag biggelen.