Fries Golfkastje

Nadat mijn kastje met een 4 collage’s van platenhoezen voor de achterwand van onze woonkamer was afgekeurd, ook door mijzelf, moest er iets nieuws komen.
‘Rustiger en lager,’ werd mij te verstaan gegeven.
‘Lager?’, daar heb ik je eerder niet over gehoord.
‘Nee, maar als je toch opnieuw begint …’

Het eerste meubel dat ik maakte in 1980 – een stoel - was opzettelijk asymmetrisch, maar daarna was me dat (tenzij het niet anders kon) niet meer voorgekomen. Maar nu, bij zo’n reeks lage kastjes, ging symmetrie me opeens tegenstaan. Op-op-neer-neer vond ik niks, een soort Fawlty Towers trapje. Dus werd het op-op-neer-op.

De deurtjes wilde ik met kaarten beplakken – ik heb heel veel kaarten – maar toen ik begon te selecteren, bleek dat die kaarten grafisch en qua kleur allemaal anders waren. Dat dreigde weer een zootje te worden. Een oproep voor tweedehand waterkaarten (liefst met koffievlekken, scheuren of aantekeningen) leverde niet veel op. Maar het idee dat Friesland met de kust en de meren op de deurtjes zou verschijnen maakte me plotseling week van binnen. Een kaart is niet alleen vorm, maar vooral ook inhoud met betekenis.
Dus wendde ik me tot het VVV, waar ik 3 waterkaarten kocht (in verband met de overlappen en de voor en achterkant).

Linksonder Gaasterland met links Hindeloopen (komt mijn ex vandaan) en Balk (waar ik mijn kroegtijd doorbracht), dan Sneek (waar mijn vrouw vandaan komt en waar beide vrouwen en ik naar school ben geweest; en ik werk er nu) en dan Grou en omgeving (heb ik niks mee, maar mijn vrouw uit haar zeiljaren wel). Dan weer onder Joure (waar ik ben geboren en waar wij wonen) en St Nicolaasga (waar mijn ouders vandaan komen) en tenslotte Leeuwarden-Dokkum (in Leeuwarden heb ik jaren gewoond en in Burdaard heb ik jaren gewerkt). En al die kleinere plaatsjes die verbonden zijn aan herinneringen en namen. En dat allemaal op een bleek palet van groen en blauw, heerlijk rustig golvend langs de wand.

‘Mag hij blijven?’, vroeg ik, toen hij stond.
Ze was zelfs enthousiast: mooi en toch bescheiden, ja, het mocht blijven. Ik had warempel even het gevoel dat ze het over mij had.

Bekijk ook...

Allemaal naar buiten voor de foto ...

Mijn neef Koen

Tijdens een familiegebeuren sprak ik weer eens neef Koen, voor wie ik al sinds zijn geboorte een zwak koester. Als kind kwam hij vaak logeren, maar sinds hij in Groningen woont, zie ik hem nog zelden. Hij was mager geworden en droeg een bril. Door het toeval gestuurd stonden wij naast elkaar in de keuken, ik in de weer met de prinsessenbonen, hij met de uien. ‘Hé Koen, hoe gaat het?’, vroeg ik, toen ik een traan over zijn wang zag biggelen.

Pastoor Mets wijdt de Willibrordusschool (tegenwoordig Mattheusschool) Op de achtergrond koster Brouwer, alias Sinterklaas

Wat ik later wilde worden

Tijdens een familiegebeuren rond de kerst vroeg een nichtje zomaar, wie van ons nog geloofde. Het bleef even stil. ‘Ik,’ zei ik toen. De vraag was zo ruim gesteld, dat nuanceren niet eens nodig was. Als kind was ik diep geraakt door het sprookjesachtige kaarslicht, de Latijnse wondertaal, de Gregoriaanse gezangen en de galmende gewelven van onze katholieke kerk, de Mattheus in Joure. Natuurlijk geloofde ik in een God. Hij geloofde toch ook in mij? En daarom ga ik tegenwoordig niet meer naar de kerk. Hij is er niet meer. Alleen in mijn diepste gedachten brandt nog het vuur. ‘Ja,’ zei mijn...

Het hart houdt niet stand

Ze zei: ‘Ik ga even mijn woonprogramma kijken.’ Wat ze bedoelde te zeggen was: Kan die radio even uit. En radio is weer geheimtaal voor hinderlijke muziek, ook al was die afkomstig van mijn PC. Maar mijn afspeellijst had net Billie Holiday geselecteerd en een overleden artiest zet je niet af, dus liep ik naar mijn werkkamer en trok de deur achter me dicht.