Glas in lood (1980-1987)

Neger in Siberië

Vorige week, tijdens een wandeling door Joure, realiseerde ik me opeens dat van de 9 huizen, waar ik heb gewoond, er maar 4 echte thuishuizen waren. De andere 5 waren tussenstations, te beginnen met het nieuwe huis van mijn ouders. Ik woonde weliswaar op zolder, maar geestelijk was ik altijd weg.

Toen ik in 1977 eindelijk mijn liefde had gevonden, kreeg ik haast met het echte leven. We gingen samenwonen in Sneek, maar toen we op het Zuidend mijn vriendin met haar spullen oppikten, vertelde zij, dat ze diezelfde middag was aangenomen in Noordbergum. Waar dat ook lag, het was in elk geval een eind weg. Zij moest daar naartoe te wonen en omdat ik alleen maar bij haar wilde zijn, de rest van mijn leven, ik dus ook. Toen moesten onze spullen dus nog 3 trappen op naar onze nieuwe flat aan het Kaatsland. Die avond stond ons gezamenlijke bed weliswaar in Sneek, maar virtueel woonden we al in een dorp, waar ik nog nooit van had gehoord.

Een onderwijzeres had destijds om te hokken nog toestemming van het geneemtebestuur nodig, maar goed, bij de Gratie Gods kregen we een rijtjeshuis toegewezen in de S.K.Feitsmastraat, veel te groot voor onze spullen en ontzettend gehorig. Het enige dat hielp was de versterker ook op 10 draaien. Noordbergum en ik, wij lagen elkaar niet. Voor de autochtonen was ik met mijn lange haar een soort neger in Siberië. Pas met de gordijnen dicht voelde ik me thuis met mijn lief (mijn primaire levensbehoefte) onze oude meubels uit beider families, de biezen vloerbedekking en haar 64 kamerplanten. Ik heb ze eens geteld.

Dankzij de crisis

Na de HTS ging ik werken bij Gunnar Daan in Oosternijkerk, maar in 1980 stortte de bouw in, dus zei ik: ‘Ontsla mij maar. Ik vind wel wat anders.’ Pas een maand later stond er een vacature in de Leeuwarder Courant. Ik solliciteerde en werd aangenomen als opzichter in Leeuwarden. Onmiddellijk besloten we naar de stad te verhuizen. Voor huren binnen de rondweg kwamen we niet in aanmerking, dus werd het kopen.  

Voor werktijd reed ik alvast langs de huizen, die te koop stonden, om aan de buurt te snuffelen. Willem Lodewijkstaat 7 stond aan een brede straat, op loopafstand van het centrum. Ik parkeerde en stapte uit. Wauw, zouden we dit echt kunnen kopen? Binnen zag ik beweging, dus belde ik aan. Een man in ochtendjas deed open. Of ik even binnen mocht kijken – nu?, nee, dat moest met de makelaar – natuurlijk, maar ik wilde gewoon even kijken … ik zat in de bouw en kon wel door rommel heen kijken … enfin, hij liet me binnen. Een vestibule! Niemand had een vestibule. Een lange gang met een monumentale trap! Een woonkamer met een hoog geornamenteerd plafond! Een klassieke schoorsteenmantel! Ik was meteen verkocht. Een week later mijn vriendin ook, gelukkig. Voor de kerst 1980 trokken we erin en met oud en nieuw gaven we ons eerste feest! Iedereen kwam, het was geweldig!

We hielden van dat huis, we hielden van elkaar, we woonden weer in de bewoonde wereld. Altijd mensen over de vloer. O, wat hebben we daar genoten. Voor het eerst realiseerde ik me, hoe gelukkig ik was en ik sprak dat ook regelmatig uit.

Terug met Meneer Houtman

Maar helaas, de ideale plek voor mij, was niet mijn ideale plek om kinderen te laten opgroeien. Dat kon alleen in een dorp. Als wij onvruchtbaar waren geweest, hadden we er misschien nog wel gewoond, maar 2 weken na ons goede voornemens voor 1985 was mijn vrindin, inmiddels mijn vrouw, zwanger. Alleen daarom verkochten we uiteindelijk dat droomhuis ondershands aan kennissen, die er net zo verliefd op waren. Met bloedend hart.

Toen ik met mijn nieuwe liefde voor mijn fotoproject een kijkje nam, was het meteen weer raak. Het huis zag er nog geweldig uit. Er stond zelfs een lelijke eend voor de deur. Hadden wij in 1980 ook! ‘Het glas-in-loodraam van Karel zit er zelfs nog in!’ Binnen zag ik beweging, dus belde ik wederom aan. De man die open deed was verdomd diezelfde jongen, die het in 1987 van ons had gekocht! We moesten meteen binnen komen en natuurlijk hadden we zin in koffie. Ja, de kinderen die toen nog geboren moesten worden, waren inmiddels het huis al uit en hadden zelf kinderen. Maar hij hield nog steeds evenveel van ons huis. Vol vuur vertelde hij over alle verbetringen, maar alles met respect voor dat oude huis uit 1918 uitgevoerd.

Op de terugweg wist ik precies welke foto ik wilde maken, we spraken af en al de volgende ochtend stond ik met Meneer Houtman voor de deur. Voor zover het mogelijk is voor een dood ding van hout leek zelfs Meneer Houtman volmaakt gelukkig. Precies zo op die plek had ik ook vaak gezeten met een kop koffie en een krant. Maar, omdat ik me op de bomen langs het spoor had verkeken, lag er al een eerste schaduw over het huis. Eigenlijk wel toepasselijk, maar goed, dat is een ander verhaal … nog even genieten.

 

Informatie

Datum: 16 september 2023
Codering: Pos 42 versie 1.2
Locatie: Willem Lodewijkstraat 7, Leeuwarden
Attributen: Vehikel PNR 33-2; Ice Tea zonnebril, LC van 16 september; Portugese koffiemok; hoed uit Vercelli

Bekijk ook...

luchtgitaar

Toen wij gegrepen werden door de popmuziek – in die vreemde jaren tussen kind en nozem – speelden wij luchtgitaar.

De ++ tafel (2006 - 2009)

Na het besluit om te gaan scheiden, begon mijn vrouw over de scheiding van boedel. Terwijl ik nog nadacht over een correcte en rechtvaardige procedure, verklaarde zij dat ze de eettafel wilde houden.

Onvervuld verlangen

Ik ben een groot voorstander van monogamie. Toch is het een gegeven, dat de meeste mensen worden geboren met meer verlangens, dan door één ideale levenspartner kan worden ingelost. En dan ben ik verre van ideaal.