De laatste dans: Listening wind (1987)

Mijn vrouw was al naar bed. De kleine sliep, maar ik was onrustig, die laatste zomer in de stad. Het oude huis, dat naar mij rook als een oude trui, gaf niets terug. Ik trok mijn witte laarsjes aan en, vooruit, deed nog eenmaal mijn gouden sjaal om. Voorzichtig trok ik de deur achter mij dicht en snoof de avondlucht diep in mijn longen. Met verende tred, op zoek naar mijn ritme, liep ik naar het centrum. Het was bijna middernacht, maar de discotheek was nog aangenaam leeg. Met een biertje van de voorste bar liep ik naar de DJ en schreeuwde:
‘Listening wind!’
Hij knikte en ging zoeken.

De beat lekte door naar mijn spieren. Mijn kraakbeen werd warm. Het gevoel begon te komen. Verderop stonden een paar meisjes naar me te kijken, maar ik deed of ik niets zag. Ik had geen behoefte aan contact. Af en toe schoot een arm of been uit op een break in de muziek. Ik bewoog traag, maar het leek steeds meer op dansen. Toen de trage jungle-beat van de Talking Heads inzette, was ik er helemaal klaar voor. De vloer was nog leeg. Ik sloot mijn ogen en verloor mijn gewicht, als een baltsende paradijsvogel … flits – wie was dat? … een mooi meisje had de dansvloer gevonden en zweefde om mij heen. Ik had haar opgemerkt, mijn voeten hadden haar gezien, ze zochten … ffft! … en lieten haar weer gaan. Wind in my heart! Wind in my heart! Drive them away! Drive them away! …

Mijn laatste dans in de stad, mijn laatste dans … zo voelde het. Na afloop knikte ik en draaide me om. Goed, nog één biertje. Het was warm en het werd druk. Tijd om naar huis te gaan. Ja, ik voelde het: ik was er klaar voor. Om mijn mond trok een glimlach, maar ergens van binnen biggelde een traan. Blootsvoets sloop ik naar boven, keek nog even in het ledikant en ging naar bed.
‘Hoe was het?’, fluisterde ze.
Ik kuste haar, zei ‘Trusten’ en draaide me om.
Waar ik van droomde, ben ik vergeten.

 

Eerder gepubliceerd onder de titel De laatste dans in de bundel De juiste dosis (2013)

Bekijk ook...

Beniomino Gigli

Panis Angelicus

Wij schrijven – pak hem beet – 1963. Na het avondeten mochten Greetje en ik nog even opblijven, terwijl moeder de kleintjes naar bed bracht. Ze had de tafel al afgeruimd, afgewassen en ons – zittend op het koude tafelzeil – met een koud washandje opgefrist. Daarna kregen we de pyjama aan. Buiten was het donker, al voor het avondeten had moeder de overgordijnen dicht getrokken. Vader had na het eten de kolenkachel bijgevuld en een beetje opgepookt. Daarna ging hij in zijn stoel liggen, legde zijn benen op een voetenbankje en schoof genoeglijk onderuit.

Wobbe van Seijen, platendealer

Platenzaak Bij de Put (1985)

Voor ik weer verder ga met mijn roman in wording, moet ik je eerst iets anders vertellen. Ik naderde vanmiddag een dood punt in de tekst, dus besloot ik even de deur uit te gaan. Het Fries Koffiehuis is voor onbepaalde tijd gesloten – hopelijk niet te onbepaald – maar ik heb nog een vast vrijdagmiddagstekkie: platenzaak Bij de Put aan de Wirdumerdijk, waar ik elke week twee LP’s koop.

Een slim varken

Roy Buchanan - Pointless

Zoals vaak keek ik naar de Pointless, een quiz op de BBC. Een ouder echtpaar - mijn favorieten - waren op ongelukkige wijze in de tweede ronde uitgeschakeld. Ik deed mijn beklag bij mijn vrouw, die in de keuken net de tagliatelle bij de saus gooide. ‘Het eten is klaar,’ zei ze. Ik griste twee bor-den uit de kast, schepte eentje vol en spoedde mij weer naar de bank. ‘Hoef je geen mes?’ - ‘Nee, waarom?’