My generation (1970)

Mijn vriend Willem zette de buizenradio aan. Met het oplichten van het controlelampje naderde een bromtoon met een gevaarlijke krikkelkrak. Hij freubelde aan een kabel – krrrk! – en lichtte het deksel van de grammofoon. Uit een bruine hoes gleed een langspeelplaat. Die vlijde hij op de anti-statische mat. Hij trok de arm naar achteren, waarmee de draaitafel in beweging kwam, en hing de naald boven de aanloopgroef. Ik pakte het badmintonracket – tennisracket, noemden we dat – en hield het in aanslag, de benen gespreid. Hij griste het springtouw van zijn zusje onder de matras vandaan en keek me aan – een knik – en hij haalde de lift over.
Ik viel perfect in de tsjak-tsjak-tsak openingsriff. Willem boog diep voorover en schreeuwde in het handvat: ‘People try to put us down!!!’
‘Talking ‘bout my g-generation!’ (Dat was ik)
‘Just because we g-get around!!’
‘Talking ‘bout my generation!’
Het geluid werd zwaar vervormd, maar dat vonden we juist lekker. Ik ging tekeer en molenwiekte met mijn rechterarm – Willem was uitzinnig – wij waren helden! Ik sprong op de matras en gleed bijna in een spagaat – Willem lachte. Ha! Hij vond mij geweldig! Toen bukte hij en draaide het volume weg. Verbaasd keek ik om.
‘… zijn jullie gek geworden?!’, klaagde zijn moeder met het hoofd door het vloerluik, ‘de lampen komen bijna van boven.’
‘Ik gleed uit,’ zei ik. Ik had het racket al uit mijn handen laten glijden en schaamde me. Willem sloeg geen acht op zijn moeder en deed, of hij zin had om een stripboek te lezen. Hij hield van Billie Turf. Ik niet.
‘… het is kwart over vijf,’ zei zijn moeder tegen mij.
‘Dan moet ik naar huis,’ zei ik. Ik ging zitten en trok mijn schoenen aan. Toen ze weg was zei ik:
‘Zaterdagmiddag?’
‘Best,’ zei Willem zonder op te kijken. ‘De mazzel.’

Eerder gepubliceerd in mijn bundel De Juiste Dosis ©2013

Youtube links: De beste uitvoering ooit van ‘Live at Leeds’ & Woodstock

Bekijk ook...

Beniomino Gigli

Panis Angelicus

Wij schrijven – pak hem beet – 1963. Na het avondeten mochten Greetje en ik nog even opblijven, terwijl moeder de kleintjes naar bed bracht. Ze had de tafel al afgeruimd, afgewassen en ons – zittend op het koude tafelzeil – met een koud washandje opgefrist. Daarna kregen we de pyjama aan. Buiten was het donker, al voor het avondeten had moeder de overgordijnen dicht getrokken. Vader had na het eten de kolenkachel bijgevuld en een beetje opgepookt. Daarna ging hij in zijn stoel liggen, legde zijn benen op een voetenbankje en schoof genoeglijk onderuit.

Wobbe van Seijen, platendealer

Platenzaak Bij de Put (1985)

Voor ik weer verder ga met mijn roman in wording, moet ik je eerst iets anders vertellen. Ik naderde vanmiddag een dood punt in de tekst, dus besloot ik even de deur uit te gaan. Het Fries Koffiehuis is voor onbepaalde tijd gesloten – hopelijk niet te onbepaald – maar ik heb nog een vast vrijdagmiddagstekkie: platenzaak Bij de Put aan de Wirdumerdijk, waar ik elke week twee LP’s koop.

Silver Lining: Karel van der Wal, Bert Middendorp, Domien de Winter Zittend: Douwe van der Werff

Twee publiek (1979)

Voor een achtergebleven decor met bostafereel in het Parochiecentrum speelde een band. Het pu-bliek bestond uit één meisje met een flesje spuitwater. In de vensterbank zat de manager. De bar-man, tevens koster, dopte een biertje voor de voorzitter van de Katholieke Plattelands Jongeren, die deze avond op zijn geweten had.