Please Mr Postman

Vijf namen tussen haakjes

Toen ik vijftien was kocht ik een verzamel LP van the Beatles – Beatles Greatest – met hun eerste singles. Eerlijk gezegd was ik al snel uitgeluisterd op Please please me en I wanna hold your hand, in 1970 al ouwe meuk, maar wat ik wel leuk vond waren twee covers: Twist and shout en Please Mr Postman. Pas dertig jaar later, toen ik via het Internet ongehinderd in de schatkamers van de popmuziek kon ronddwalen, liep ik tegen het origineel van the Marvelettes aan. Ik was meteen getroffen door de onbeholpen manier, waarop het werd gezongen. De leadzangeres is gewoon schor, en de backing vocals klinken schril, als een stel hysterische schoolmeiden. Het komt nog geregeld voorbij op één van mijn playlists en elke keer moet ik lachen. Het lijkt of ze werkelijk in tranen is, omdat de postbode maar geen brief van haar vriendje bij zich heeft. Was dat werkelijk de bedoeling? Of was de tape op en moesten ze het met die eerste take doen?

Op de latere plaatjes is niet meer schor, maar verder hetzelfde recept. De enige keer dat ik de originele versie van Please Mr. Postman op de radio hoorde was in 2011, na de dood van Gladys Horton, het meisje met de schorre stem. Het eind van het lied, zou je kunnen zeggen. Maar, toen zag in die vijf namen tussen haakjes staan. Hadden ze werkelijk met zijn vijven om tafel gezeten, om aan zo’n simpel liedje te schrijven? Via het Open Medium besloot ik naspeuringen te doen naar die vijf componisten.

De Marvels

Het verhaal begint bij een Middelbare school in Detroit, waar een talentenjacht werd uitgeschreven. Eén van de leerlingen, Gladys Horton, besloot terstond een zanggroep op te richten met vier klasgenoten. Ze noemden zich aanvankelijk de Cansinyets (Can’t sing yet), omdat ze eigenlijk niet konden zingen. Georgia Dobbins had nog de beste stem, dus werd zijn lead-zangeres. Toen de grote avond was aangebroken hadden ze zoveel zelfvertrouwen bij elkaar gegiecheld, dat ze zich the Marvels noemden. Ze werden niet onverdienstelijk vierde, maar – shit! – de eerste drie mochten auditie doen bij het lokale platenlabel Motown. Na aandringen van de muziekjuf mochten de meisjes alsnog hun opwachting maken.

In de stoelen zaten Brian Holland en Robert Bateman, twee liedjesschrijvers, en verdomd, de heren zagen wel iets in die meisjes. Ze mochten terugkomen voor een tweede auditie, wanneer ze origineel materiaal hadden gevonden.

Een origineel liedje

Georgia Dobbins kende een jongen die liedjes schreef, William Garrett. Toen Garrett bij Dobbins thuis kwam om te laten horen wat hij had, viel het oog van Gladys Horton op de titel Please Mr. Postman. Jammer genoeg vonden ze het liedje niks, maar Georgia vroeg of ze de melodie en de tekst mocht veranderen. Dat mocht, als zijn naam ook maar op de credits bleef staan. Toen ze uiteindelijk weer naar Motown gingen, had Georgia er een tekst en melodie bij gemaakt, dus was van het origineel alleen nog de titel over.

Maar toen sloeg het noodlot toe. Georgia hield ermee op, omdat ze zich zorgen maakte om haar moeder, zei ze. Andere bronnen melden dat haar biologische vader niet wilde, dat ze in nachtclubs zou optreden. De andere meisjes besloten, nu ze zover waren, toch maar door te gaan. Gladys Horton moest als tweede keus de leadzang maar op zich nemen. De tweede auditie werd tegen de verwachtingen in een groot succes. De heren besloten dat ze Please Mr. Postman wilden opnemen, al moest er nog wel wat aan de tekst worden gesleuteld, maar dat konden zij zelf wel.

De postbode

Dan blijft er nog één naam over. Een zekere Freddie Gorman. Je wilt het misschien niet geloven, maar hij was een postbode, die in zijn vrije tijd liedjes schreef. Door het bezorgen van een poststuk kwam hij in contact met Barry Gordy, de grote baas van Motown, die zei dat hij best eens mocht binnenlopen, als hij iets had geschreven. Bij één van die bezoekjes liep hij Holland en Bateman tegen het lijf, die net bezig waren met Please Mr. Postman. Gorman vond dat hij als ervaren postbode een zekere deskundigheid had, dus mocht hij aanschuiven.

Wat zijn bijdrage was, heb ik niet kunnen traceren. De enige zin waarvoor een zekere deskundigheid is vereist luidt:
     Please, Mister Postman, look and see
     Is there’s a letter in your bag for me

Wellicht heeft hij aangevoerd dat een postbode zijn brieven in een tas vervoert, en niet in een doos of trommel.

Zo werd het resultaat op de plaat gezet. Barry Gordy leverde vervolgens ook nog zijn bijdrage door hun naam te veranderen in the Marvelettes, want vocale ‘marvels’ waren ze bepaald niet. Enfin, de rest is geschiedenis.

Brian Holland

Op de LP van de Beatles stond trouwens achter Please Mr Postman alleen de naam van Brian Holland. Welke misstand hierachter schuilgaat, heb ik niet boven water kunnen halen, maar Holland is wel de enige van het illustere vijftal, die later naam heeft gemaakt. Hij maakte namelijk deel uit van het legendarische schrijverstrio Holland-Dozier-Holland, die zich onsterfelijk hebben gemaakt met een lange reeks wereldhits, waaronder Stop! In the name of love (Supremes) en Band of Gold (Freda Payne). De laatste is mijn persoonlijke favoriet van hun hand, maar met zo’n trio weet je maar nooit wie nou wat heeft gedaan. Misschien haalde Brian pizza toen die andere twee hun ei legden.

 

Eerder gepubliceerd in mijn verhalenbundel This is my song ©2012

Bekijk ook...

Een slim varken

Roy Buchanan - Pointless

Zoals vaak keek ik naar de Pointless, een quiz op de BBC. Een ouder echtpaar - mijn favorieten - waren op ongelukkige wijze in de tweede ronde uitgeschakeld. Ik deed mijn beklag bij mijn vrouw, die in de keuken net de tagliatelle bij de saus gooide. ‘Het eten is klaar,’ zei ze. Ik griste twee bor-den uit de kast, schepte eentje vol en spoedde mij weer naar de bank. ‘Hoef je geen mes?’ - ‘Nee, waarom?’

De speakers van de botsauto's

Muziek moet hard, toch? Natuurlijk, af en toe moet muziek hard. Je kunt een transistorradio tegen je oor drukken tot het pijn doet, maar dat is toch niet hetzelfde. Toen ik 15 was, hoorde je de muziek nergens zo hard als uit de speakers van de botsauto’s, met Jouster Merke.

Leon Redbone, artwork

My walking stick - Leon Redbone

Soms denk ik nog wel eens aan die schooljongen uit Zwaagwesteinde. Wat zou er van het zijn geworden? Ik zag hem voor het eerst vanuit het raam van mijn opzichterskeet in de Hollanderwijk ten tijde van de renovatie. Iedere dag liep hij van het station naar de MTS. Eén van de bekende gezichten op straat, maar ik had hem voor een oude man aangezien. Dat was niet zo gek, want hij kleedde zich als een oude man met een lange grijze winterjas en een hoedje. Hij liep ook wat stram en droeg zijn aktetas aan het handvat.