De handen van mijn moeder

Breiwerk

mei 2020
‘Kijk,’ zei mijn moeder. Ze wilde naast me komen zitten.
‘Anderhalve meter,’ zei ik weer.
‘Ach ja,’ zuchtte ze. Ze reikte me haar ‘app-apparaat’ aan en nam weer plaats bij het raam. Op de foto zat een familielid op zijn ziekbed met een duim op.
‘Heeft ie …?’
‘Nee, het is wat anders,’ zei ze, ‘maar aan zijn voeten …’
Ik zoomde in op de voeten en zag veelkleurige sokken. Die had mijn moeder dus voor hem gebreid. Ondanks zijn eindig perspectief was hij er blij mee en daar was mijn moeder weer blij om. Iedere avond vraag ik mij af: Wat heb ik vandaag geleerd? Maar op de vraag wat ik vandaag voor mijn medemens heb betekend, zijn er dagen dat ik in alle oprechtheid moet passen.
‘Ik heb er zo’n aardigheid aan,’ vertelde mijn moeder, ‘en ik kan het gewoon bij de televisie doen.’
‘Op de tast?’
‘Op de tast,’ lachte ze.

Tussen ons in stond een salontafel, die mijn vader nog had gemaakt, met twee kopjes koffie en twee rondo’s op een schaaltje. Inwendig vervloekte ik Ab Osterhaus, het carnaval en die wintersport tot en met de hele Bliksemse Beestenbende in China. Ondertussen legde zij onaangedaan uit, hoe ze het deed en dat het voor iedereen weer anders was. Aangewakkerd door mijn belangstelling produceerde ze een mandje met restanten – er zat zelfs grijze geitenwol bij, waar ik thuis nog zeker 8 paar van had liggen – en ieder bolletje droeg de naam van één van haar kinderen of kleinkinderen.
Uit de grond van mijn hart vroeg ik, of ze ook een paar voor mij wilde breien.
‘Natuurlijk,’ zei ze opgetogen, ‘het houdt me van de straat!’

Wol

Zaterdag belde ik op het afgesproken tijdstip bij haar aan. Ze liet me boven komen en nadat ik mijn handen bij het aanrecht had gedesinfecteerd – dat moet van mijn zorgzusjes – ging ze met mij op gepaste afstand weer door het mandje met restanten. Er bleek niet alleen een psychedelisch palet kleuren beschikbaar, maar wat haar vooral bezig hield was de dikte van de draad. Ik moest maar zeggen wat ik wilde, maar op de dunne draad had ze het niet zo staan, begreep ik al snel.
‘Maakt mij niet uit,’ zei ik, ‘een dikke draad is ook goed. Als hij maar fleurig is. Ik hou van geel.’

Daarop trok ze haar jas aan en we liepen naar beneden. Ik hield mijn handen in de zakken, maar zag erop toe dat zij de trapleuning wel vasthield. De brei-boetiek, die me nog nooit was opgevallen, bleek verrassend dichtbij. Binnen liep mijn moeder van schap naar schap, ze voelde aan de strengen breiwol en praatte honderduit. Voor mij was dit een volstrekt nieuwe wereld, maar in een déja vu zag ik mezelf weer bij Wobbe van Seijen aan de Wirdumerdijk door de platenbakken struinen. Over iedere LP had ik een mening of wist ik een anekdote te vertellen. Weet je dat Stevie Wonder op deze plaat van Dave Mason meespeelt? Mond-harmonica …

‘Mijn zoon wil een paar sokken hebben,’ zei mijn moeder opgetogen tegen het wolvrouwtje.
‘Achterin,’ zong het vrouwtje, maar mijn moeder kende de weg. Kijk, daar lag Jan, en daar lag Paul. En die wol had ze voor Arjen gebruikt.
‘Ik zie niet zoveel geel,’ zei ik speurend.
‘Kijk, hier zit geel in,’ zei ze, terwijl ze een streng uit een mand pakte. Ja, en alle andere kleuren van de regenboog, dacht ik, maar eigenlijk maakte het me ook niet uit. Het waren haar sokken
‘Is dat de goeie dikte?’, vroeg ik.
‘O ja, voel maar,’ en ze reikte me vergelijkingsmateriaal aan. Ik voelde vooral een diepe verbondenheid, ver voorbij het Verdict van Rutte. Ik trok mijn portemonnee en rekende af.
‘Kom je morgen weer?’, vroeg ze bij de deur van het Appartementengebouw, waar vroeger mijn kleuterschool stond. 60 jaar geleden had ze mij daar overgedragen aan de nonnen.
‘Iedere zondagochtend om koffietijd,’ zei ik en stak een warme hand op. Totdat de dood ons scheidt, dacht ik in stilte.

Blieb

Zondagochtend, terwijl de koffie nog doorliep, liet ze me al een begin zien. Ik moest even passen, zei ze, dus trok ik mijn rechterschoen en sok uit. Ze had het aantal steken op de dikte van de wol aangepast en vroeg of ze ook hoger moesten. Ik vond het goed zo.
‘Wat ga je doen?’, vroeg ze, toen ik mijn telefoon opende.
Ik maakte even een foto van mijn voet en appte die naar mijn vrouw.
‘Maar ze zijn nog niet klaar,’ zei ze zonder verwijt.
‘Anderhalve meter,’ antwoordde ik.
‘Ach ja, … eens kijken of het al is doorgelopen …’
Bliep! Ze keek om naar haar ‘app-apparaat’.
‘Ik ben het,’ zei ik en opende mijn telefoon.
- Ik dacht dat ze effen zouden worden.
‘Wat zegt ze?’, vroeg mijn moeder, terwijl ze de koffie voor me neerzette met een kokosmakroon.
‘Prachtig!’, loog ik zonder blikken of blozen. ‘En hoe is het verder …?’

Bekijk ook...

Pier Nijholt (1922-2008)

Afscheid (2008)

Pas jaren later besefte ik, wat mijn vader me liet zien. Wachtend op de dood, nam hij afscheid van zijn leven met verhalen over de onbelaste jaren van zijn jeugd. Dat was de tijd dat hij met zijn vrienden ging voetballen en daarna naar het café. Alle dorpsfeesten liepen ze af, op zoek naar vertier en ongein. Vrij en zonder zorgen. ‘Toen waren wij er nog niet,’ concludeerde mijn broer, maar ik dacht terug aan de kermis van ‘63.

1983 Twee leren broeken

Kroniek van een vriendschap # 4

Van al mijn vrienden ken ik de muzieksmaak, maar niet van mijn vriend Koos van der Sloot. Dat was de blinde vlek in onze vriendschap. We zijn samen naar Iggy Pop geweest (Koos’ vaste commentaar was: ‘Wat een beest!’), dus daar hield hij van, maar waar hield hij nu echt van? Wat was zijn favoriete LP/CD? Wat was voor hem een 10? Geen idee.

Tess en pake Herman

Tot meer tellen!

Met de kleine meid op schoot, terwijl zij een boterham oppeuzelde, nam ik een populairwetenschappelijk magazine door, waarin de werking van het heelal werd uitgelegd. ‘Kijk zo,’ zei ik. ‘Jij bent ons zonnetje …’ en terwijl ik stukje brood in een baan om haar hoofd bracht: ‘… en dit is een planeet.’