Een principekwestie

Dilemma

Toen ik vanochtend beneden kwam, stoorde ik mij aan de rommel in de voorkamer, dus begon ik op te ruimen - oude kranten bij het oud papier, tijdschriften onder de leestafel, glazen naar het aanrecht – toen er opeens een blanco envelop voor mijn voeten lag. Hij bleek een mailing te bevatten van de Vara, kennelijk uit het plastic verpakkingscondoom van de Varagids gevallen. Omdat ik lid was, mocht ik met mijn partner twee weken naar Kroatië voor €299,- per persoon (in plaats van €1199,-), inclusief vliegreis, 4-sterren hotel en trips naar diverse werelderfgoederen.

Mijn primaire reactie was: Dat kunnen we niet laten liggen! Maar mijn andere ik zei meteen: o nee, dat kan ik niet maken. Mijn moreel kompas speelde mij namelijk parten.

Het zal sommigen misschien verbazen, maar ook ik heb opvattingen over maatschappelijke vraagstukken. Ik ben er alleen wat terughoudend mee, want vandaag de dag heeft iedereen een stellige opvatting, of men nu over voldoende denkvermogen beschikt of niet, liefst met een exclusieve claim op de vrijheid van meningsuiting. Met al die schreeuwende meningen wordt het er niet gezelliger op. Wie zit er nog op een mening te wachten? Daarom houd ik de mijne dus liever voor me.

Maar goed, onder intimi ben ik wat vrijmoediger. Zo geraakte ik tijdens een wandeling met een vriend verzeild in een geanimeerd maatschappelijk debat. Wij waren het eens over het feit, dat de luchtvaart een grote boosdoener is in de CO2-uitstoot en daarmee onze kinderen bedreigt. Wij raadplegen namelijk dezelfde bronnen en bevinden ons in dezelfde werkelijkheid. Dat is wel zo gezellig. Volgens hem was het vooral de schuld van de consument. Want als niemand meer zou vliegen, was het probleem opgelost. Dat is onmiskenbaar waar, maar ik heb minder vertrouwen in de eensgezindheid van al miljoenen consumenten, dan in hun hebzucht. Ik zei dus: ‘Laten de wereldleiders op die klimaatconferentie nou eerst eens afspreken, dat iedereen gewoon belasting heft op kerosine, net als op alle andere brandstoffen. Dan wordt een ticket Barcelona vanzelf duurder dan de trein naar Zandvoort.’
‘Maar ook als het duurder wordt, blijven ze vliegen.’
‘Niet iedereen, niet de mensen die klagen dat alles zo duur wordt.’ Enzovoort, enzovoort.
En wat je zegt moet je doen. Daarom vond mijn andere ik, dat ik het niet kan maken, om mij door de Vara voor een habbekrats naar Verweggistan te laten vliegen.

 

Het woord bij de daad

Toen mijn vrouw gewassen en gestreken de kamer binnenkwam, legde ik haar onmiddellijk die aanbieding voor, want de Varagids is ook van haar.
‘Ach, weer zo’n aanbieding,’ zei ze meteen. ‘Doe maar bij het oud papier.’
‘Hebben we die al vaker gehad dan?’
Dat hadden wij, maar voorheen was zij meestal degene die de post opruimde.
‘Goed,’ zei ik, ‘maar vind je dan, dat we dit zomaar moeten accepteren.’
‘Nee, dat zei ik toch. Doe maar weg.’
‘Ja, maar ik bedoel: wij zijn lid van die Vara! En die promoten die goedkope rotvluchten! Vroeger waren ze links! Die zouden toch beter moeten weten?’
‘Ja, dat wel natuurlijk.’
‘Dan zeg ik hem op,’ besloot ik. ‘Dit is een principekwestie. Ergens moet je een streep trekken. Begin jaren 80 heb ik mijn lidmaatschap van de KRO opgezegd, toen ze Vincent van Engelen van Radio 3 haalden en ik elke woensdagochtend door die vreselijke Peter Koelewijn wakker werd geschreeuwd!’
‘Overdrijf je nu niet een beetje?’, vroeg ze. ‘Zo kun je alles wel opzeggen. Kijk eens waar de krant voor adverteert.’
‘Dat is iets anders. Biedt de krant zijn leden soms goedkope vliegreizen aan?’  
‘Nee, dat niet. Trouwens, wij kijken toch nooit meer in die gids. Zeg ook maar op.’

Ik ging koffiezetten. Eensgezindheid is heerlijk en smeermiddel in een huwelijk, maar toch zat die conclusie mij niet lekker.
‘Oké,’ riep ik vanuit de keuken, ‘dan zeg ik hem op. Maar met een brief aan de directie, want het blijft een principekwestie.’
Terug in de voorkamer, bleek dat ze er niet was. Op het toilet, bij de wasmachine, in de werkkamer? Doet er niet toe. Zoals gezegd, wie zit er nu eigenlijk te wachten op mijn meningen en principes?

Bekijk ook...

Tess en pake Herman

Tot meer tellen!

Met de kleine meid op schoot, terwijl zij een boterham oppeuzelde, nam ik een populairwetenschappelijk magazine door, waarin de werking van het heelal werd uitgelegd. ‘Kijk zo,’ zei ik. ‘Jij bent ons zonnetje …’ en terwijl ik stukje brood in een baan om haar hoofd bracht: ‘… en dit is een planeet.’

Pier Nijholt (1922-2008)

Afscheid (2008)

Pas jaren later besefte ik, wat mijn vader me liet zien. Wachtend op de dood, nam hij afscheid van zijn leven met verhalen over de onbelaste jaren van zijn jeugd. Dat was de tijd dat hij met zijn vrienden ging voetballen en daarna naar het café. Alle dorpsfeesten liepen ze af, op zoek naar vertier en ongein. Vrij en zonder zorgen. ‘Toen waren wij er nog niet,’ concludeerde mijn broer, maar ik dacht terug aan de kermis van ‘63.

Theater van het leven

In mijn verhaal Dear Nancy heb ik verteld over een memorabele ontmoeting met Nancy Hewitt op een zaterdagavond, september 1983 in San Francisco, en haar hysterische nicht Leslie. Daar had het bij moeten blijven, maar de werkelijkheid is nu eenmaal weerbarstig.