Kijksport #1

17 juli 2022: Er leeft een hardnekkig misverstand, dat je voor maximale sportbeleving onder politiebegeleiding een stadion met dure zitplaatsen moet bestijgen, om de tegenpartij uit te jouwen en je favoriet aan te moedigen, ongeacht het niveau van de prestaties op het veld. Of 1200 kilometer naar het zuiden moet rijden om vijf uur lang in de hitte aan de kant van de weg te wachten op een peleton wielrenners, dat in een oogwenk voorbij raast. Hoe duurder het menu, hoe lekkerder de zigeunerschnitzel, dat is het adagium van deze tijd.

Mis, fout, trap er niet in! Gistermiddag peddelden wij op de fiets naar het tennis- en padelpark van TV Joure, om daar met ruim honderd anderen – zeg maar, de uitverkorenen – te komen kijken naar twee zinderende halve finales padel en een adembenemende finale. Letterlijk adembenemend, want bij lange snelle rally’s ben ik geneigde de adem in te houden, waardoor ik bijna ging trippen. Het publiek leefde eensgezind mee met beide partijen door eenstemmige oe’s en aa’s, applaus en gejuich. Niemand werd publiekelijk gediskwalificeerd, behalve een enkele speler, die in de emotie van het moment zichzelf vervloekte, maar dat hoort erbij. Want of je nu een paar miljoen per jaar verdient of louter voor je plezier speelt, de beleving van de voormalig topvoetballer, die in de finale stond, was even groot.

Wie wel eens een spannende tenniswedstrijd heeft gezien gaat hyperventileren bij een padelwedstrijd op hoog niveau. Steeds als je denkt, die bal halen ze nooit meer, dat kan gewoon niet, weten ze hem toch nog via de glaswand in het spel te houden. Knipper je even met je ogen dan lijkt een speler op twee plaatsen tegelijk te zijn, of dat nu reglementair is toegestaan of niet.

Ruim na zessen werd in de laatste tiebreak van de dag tenslotte het pleit beslecht en kwamen voormalig internationals Arjen Robben en Sido Nijholt als kampioenen van het center court. Maar het publiek was winnaar.

Voor mij persoonlijk is padel kijksport #1.

Bekijk ook...

Wylde Hoarne, Joure. Eieren op de dakrand.

Kroniek van een vriendschap # 3

Ik heb mijn vriend Koos van der Sloot in loop der jaren goed leren kennen, maar ik durf niet te beweren dat ik hem ooit helemaal heb begrepen. Neem nu eens die gulzigheid voor kunst en literatuur. Waar komt die vandaan? Wij zijn beide opgegroeid in een arbeidersgezin. Cultuur beperkte zich tot sketches op bruiloften.

Afscheid van een kamerplant

Toen ik mijn vrouw bij thuiskomst met overgave zoende, voelde ze anders aan. ‘Is er iets?’, vroeg ik. ‘Hij is weg,’ zei ze met een ondertoon van spijt en berusting. ‘Dat is waar ook! Je hebt meneer Theo naar het tehuis gebracht … of is het een pleeggezin?’ ‘Nee, nee, hij staat in een tuinkas, tussen de andere cactussen. Ach, je had hem moeten zien. Hij stond daar zo stoer …

De verroeste brug

K-k-koud

Een ommetje op zondag

‘Jakkes, wat is het koud,’ kreunde ik, terwijl ik mijn handen bijna door mijn zakken heen drukte. Ik zei dat niet om te klagen, maar om mijn ongerief te bedwingen door het onder woorden te brengen. Althans, dat denk ik achteraf, want feitelijk is het onmogelijk je motieven ten diepste te kennen. ‘Jij wou er toch even uit?’, merkte mijn vrouw luchtig op. ‘Natuurlijk. Een mens kan niet de hele dag binnen zitten. Het was droog, maar nu we buiten zijn is het toch vies koud. Dat wou ik gewoon even zeggen.’ ‘Maar waarom trek je dan ook geen trui aan?’, vroeg mijn...