Levensvragen

‘Maar wat is nou het nut van filosofie?’, vroeg onze buurvrouw.
‘Wat is de zin van religie?’, pareerde ik.
Ze keek mij onthutst aan en vroeg: ‘Geloof jij in religie?’
Ik aarzelde even, maar wij waren bij haar op de koffie, dus koos ik voor een vreedzaam antwoord.
‘Ja,’ zei ik, ‘ik geloof het wel.’
Ze doorzag de humor niet en bleef me ernstig aankijken.
‘Nou, ik geloof niets,’ zei ze. ‘Volgens mij gaan we gewoon dood.’
‘Daar hoef je ook niet voor te geloven,’ zei ik. ‘Dat staat vast.’
Met een tevreden blik stond ze op, in de veronderstelling dat ze gelijk had gekregen, en verdween uit beeld. Toen ze terugkwam met de koffiekan, schonk ze ons ongevraagd nog eens in. Mijn vrouw begon over de uitverkoop en het gesprek dwarrelde langs het dorpsfeest, De Beste Zanger en een bijna fataal ongeluk van haar dochtertje, tot het zacht landde bij de dood van haar moeder, alweer zeven jaar geleden.

Op dat moment kwam haar dochtertje binnen en liet een zwarte kiezel zien.
‘Toch jammer,’ zuchtte buurvrouw, ‘dat ze de kleine meid nooit heeft mogen zien.’
‘Wie weet,’ opperde ik, ‘misschien is ze wel de bewaarengel van kleine Saskia.’
Het meisje herkende haar naam en lachte naar mij.
‘Je koffie staat koud te worden,’ zei ze met licht verwijt.
‘Ik drink nooit meer dan één kopje,’ antwoordde ik.
‘Vreemd,’ zei ze korzelig. Ze streelde haar dochtertje door het haar en vroeg toen op ernstige toon, of ik dat allemaal echt geloofde.
‘Waarom niet? Het is toch een mooi verhaal?’
‘Maar het is onzin,’ zuchtte ze verontwaardigd.
‘Ja, de mooie onzin van religie,’ stelde ik tevreden vast. We waren rond.
‘Zeg, zullen we het even gezellig houden,’ maande mijn vrouw. Weer een hele andere manier om tegen het leven aan te kijken.

Eerder gepubliceerd in de bundel De Juiste Dosis ©2013

Bekijk ook...

Pier Nijholt (1922-2008)

Afscheid (2008)

Pas jaren later besefte ik, wat mijn vader me liet zien. Wachtend op de dood, nam hij afscheid van zijn leven met verhalen over de onbelaste jaren van zijn jeugd. Dat was de tijd dat hij met zijn vrienden ging voetballen en daarna naar het café. Alle dorpsfeesten liepen ze af, op zoek naar vertier en ongein. Vrij en zonder zorgen. ‘Toen waren wij er nog niet,’ concludeerde mijn broer, maar ik dacht terug aan de kermis van ‘63.

Twee vrienden bij Sonsbeek Arnhem

Kroniek van een vriendschap # 5

Wat zullen we doen? Zo was mijn vriendschap met KOOS van der SLOOT. In de auto, op de fiets, in de benen. Als ik terugdenk, zal ik dat het meest missen. Een belangrijk verschil tussen Koos en mij is dat hij onveranderlijk altijd en overal hetzelfde is, een man uit één stuk. Ik pas mij aan, ik ben een man van vijftien jassen.

Grytsje Postma-Zonderland

De kont van Beppe (1963)

Toen ik om half vijf wakker werd voor mijn oudemannenplas, zat die droom nog in mijn kop, een beeld uit mijn jeugd, de kont van mijn Beppe. Er was geen verhaal, zoals dat zo vaak met dromen gaat. Ik kon me niet herinneren, dat ik hier ooit eerder over had gedroomd, maar het beeld bood mij troost.