Rook

Een oude man met een ijsmuts diep over zijn oren getrokken bleef staan voor de deur van het sigarenmagazijn. Hij trok een zakdoek tevoorschijn, trad naar binnen en snoot zijn neus. De detaillist met krulsnor veerde op achter zijn toonbank, en liep de klant met voorzichtige pasjes en een uitgestoken hand tegemoet.
“Wie hebben we daar?”
“Ja, ik … ik ben er weer.”
“Dat zie ik.”
“Ja.”
“We hoorden dat je even weg bent geweest.”
“Ja. Veertien dagen van huis.”
“Zo! Twee weken!”
“Ja, bijna.”
“En? Hoe gaat het er nu mee?”
“Nou, ik heb hulp, hè …”
“Hulp! Dat is mooi.”
“Ja, dat moest wel. Geen lucht.”
“En? Wat was het nou?”
“Tja, een kwaal met een rare naam.”
“Een kwaal!”
“Ja, dat zeggen ze.”
“Maar ze kunnen wat, tegenwoordig.”
“O ja, tegenwoordig zeker.”
“En wat doen we? Hetzelfde recept?”
“Ach ja …”
“Dat is dan drie negentig.”
De man snoot nogmaals zijn neus, bekeek de vangst en vouwde zijn zakdoek weer dicht. Toen rekende hij af.

Bekijk ook...

De onvolmaakte hand van God

De onvolmaakte Hand van God

Na de koffie en de update van ons wederzijdse welzijn, vroeg ik kunstenares Hilda Kanselaar of ze nog nieuwe projecten onder handen had. Jazeker, ze had voor een expositie het thema van haar afstudeerproject weer eens opgepakt: De onvolmaakte hand van God.

Wuivend riet, als je het ziet

Ben even weg ***

Omwille van de lieve vrede laat ik mij niet uit over dit geval van overmacht, of wat daarvoor door moest gaan, maar het lag niet aan mij dat ons uitstapje naar P. niet doorging. Omdat ik de hiervoor opgenomen ouwelullendag niet wilde verlummelen, stond ik toch om zeven uur op. In mijn halfslaap was een plan gerijpt, een doel, een missie.

De kleur van Liefde

‘Kan ik u helpen?’, vroeg het bloemenvrouwtje. ‘Misschien,’ zei ik, ‘waar staan de gele boeketten?’ ‘Geel! Dat is grappig,’ riep ze olijk. ‘Niemand vraagt om geel.’